Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Regie dienstverlenende rollen cultureel-erfgoedveld

Het Cultureel-erfgoeddecreet van 24 februari 2017 voorziet in de ondersteuning van professionele organisaties die een specifieke dienstverlenende rol op landelijk niveau opnemen wat betreft de zorg voor en de omgang met cultureel erfgoed in Vlaanderen. De werkingssubsidie voor een dienstverlenende rol op landelijk niveau is nieuw. Het vervangt de verschillende subsidielijnen die in voorgaande decreten per dienstverlenend organisatietype werden benoemd. Ook collectiebeherende organisaties kunnen hier op intekenen, bijkomend bij de werkingssubsidies voor de vijf functies. Het opnemen van een landelijke dienstverlenende rol door een collectiebeherende organisatie is optioneel.

Zoals door de sector gevraagd in het participatieve traject voorafgaand aan de conceptnota, gaf het kabinet de afdeling Cultureel Erfgoed de opdracht om in het najaar 2016 een overzicht van de ontwikkeling van dit landelijke dienstverlenende cultureel-erfgoedveld te maken, en in een fase voorafgaand aan de voorbereiding van dossiers, de regie hierover te voeren. Het Cultureel-erfgoeddecreet van 24 febrauri 2017 bevat geen vooraf vastgestelde lijst van rollen waarop kan worden ingetekend. Dat is ook niet wenselijk omdat wordt ingespeeld op de noden en de dynamiek in het veld. Tegelijk is het niet de bedoeling dat dezelfde dienstverlening aangeboden wordt door meerdere actoren die los van elkaar werken.

De regie over het veld werd gevoerd om, conform de principes van de Beleidsnota Cultuur en de Conceptnota Cultureel Erfgoed, een inhoudelijke en financiële versnippering te vermijden en om de slagkracht van het veld te vergroten.

Het regietraject focust op de ontwikkeling van het landelijke dienstverlenende veld. Dit traject startte in de zomer 2016 en werd afgerond in februari 2017.

Het traject bestond uit: 

  • een bevraging van alle organisaties met een werkingssubsidie op basis van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012 en alle regionaal ingedeelde collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties, over de noden in het cultureel-erfgoedveld en gekoppeld aan een mogelijke landelijke dienstverlenende rol (20/07/2016-12/09/2016)
  • een verwerking van de bevraging door de afdeling Cultureel Erfgoed. Op basis van de bevragingen werd - op aangeven van de sector – bekeken welke noden er zijn en waar mogelijkheden liggen voor samenwerking en krachtenbundeling op vlak van expertise en landelijke dienstverlening (12/09/2016-23/09/2016)
  • gesprekken met de betrokken organisaties op basis van de resultaten van de bevraging. De afdeling Cultureel Erfgoed modereerde deze gesprekken. Waar mogelijk werd afstemming, samenwerking of eventueel een fusie (wanneer de draagkracht en schaalgrootte van organisaties daarom vragen) aangemoedigd (10/2016-02/2017). 

De neerslag van het regietraject werd verwerkt in de strategische visienota cultureel erfgoed. Afstemming en samenwerking worden aangemoedigd om op een efficiënte manier erfgoednoden in het veld te lenigen (2/2017-03/2017). Het is belangrijk dat thema’s of specialisaties waarrond een dienstverlening wordt aangeboden, duidelijk zijn gedefinieerd en voldoende zijn van omvang (en dus eventueel geclusterd worden). Ook de draagkracht en schaalgrootte van organisaties moeten waar mogelijk worden versterkt.

Het traject is géén voorafname op een subsidiebeslissing in 2018 voor de beleidsperiode 2019-2023. Een subsidiebeslissing wordt genomen op basis van de beoordeling van het ingediende subsidiedossier in 2017, op basis van het nieuwe Cultureelerfgoeddecreet van 24 februari 2017. Het is nu aan de organisaties om op basis van deze gesprekken hun beleidsplanningsproces op te starten. Het staat iedere organisatie vrij hun eventuele aanvraag voor een subsidie verder vorm te geven en de resultaten van de gesprekken hierin te verwerken.