Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Nieuws

Poussins 'Dood van de heilige Maagd' wordt topstuk

05.10.2017
"de dood van de heilige Maagd” uit 1623 van Nicolas Poussin
"de dood van de heilige Maagd” uit 1623 van Nicolas Poussin"de dood van de heilige Maagd” uit 1623 van Nicolas Poussin

Het schilderij ‘Dood van de Heilige Maagd’ van Nicolas Poussin uit de Sint-Pancratiuskerk te Sterrebeek is definitief beschermd als topstuk.

Nicolas Poussin (1594 – 1665) wordt beschouwd als de grootste Franse schilder uit de 17de eeuw en als de Franse tegenpool van Peter Paul Rubens. In 1623 maakte de vooraanstaande Franse kunstenaar 'Dood van de Heilige Maagd' in opdracht van de Parijse aartsbisschop Jean-François de Gondi. Het schilderij, dat bestemd was voor de kathedraal Notre-Dame te Parijs, is een votiefschilderij waarmee de opdrachtgever hulde brengt aan de patroonheilige van de kathedraal Notre-Dame van Parijs en aan de eerste bisschop van Parijs, de heilige Dionysius. Het stelt de dood van Maria voor, met de aartsbisschop als Sint-Dionysius dominant gepositioneerd tussen de apostelen.

Poussin vertrok eind 1623 naar Rome waar hij zijn schildersloopbaan verder uitbouwde. Van zijn werken voor deze Romeinse periode is weinig gekend, in die mate dat het zelfs een van de grote mysteries van de kunstgeschiedenis is. Enkel de ‘Dood van de Heilige Maagd’ is met zekerheid aan zijn vroege periode toe te kennen.Het schilderij is dan ook het vertrekpunt voor de studie van het oeuvre van Poussin.

En net dat belangrijke schilderij uit zijn vroege periode leek voor lange tijd verloren. We weten dat het werk in 1793, samen met andere voorwerpen uit de Parijse kathedraal, in beslag werd genomen en werd afgevoerd naar het Dépôt national des Monuments français, om vervolgens in 1802 ondergebracht te worden in het door Napoleon opgerichte ‘Museum van de Dijle’ in Brussel. Op grote afstand van Parijs raakte het schilderij nadien in de vergetelheid en raakte men het spoor bijster.

Pas in 1999 kwam men het schilderij terug op het spoor in de parochiekerk van Sterrebeek. Hoe het belangrijke werk in de Sint-Pancratiuskerk terechtkwam, blijft een mysterie, maar het belang van het werk werd snel erkend. In de daaropvolgende jaren kreeg het een restauratiebehandeling bij het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium en vanaf heden wordt het werk definitief als topstuk beschermd.