Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Accreditatie van NGO’s

De UNESCO 2003 Conventie is -voor een internationaal beleidsinstrument van lidstaten- uitzonderlijk participatief en ‘bottom-up’ van aanpak. In de UNESCO Conventie staat de participatie van communities voorop. De beoefenaars of dragers van het erfgoed, de erfgoedgemeenschap, zijn de ‘eigenaar’ van het erfgoed. Immaterieel erfgoed zit bij de mensen zelf, bij zij die het doen en beleven. Mensen blijven de sleutelrol spelen in het creëren en doorgeven van immaterieel erfgoed. Dit wordt niet vanuit een overheid bepaald of gestuurd. Een belangrijke rol wordt daarbij ook toegekend aan NGO’s en andere intermediaire spelers zoals experten, onderzoekers, gemeenschapscentra, musea enz.

NGO’s kunnen een accreditatie aanvragen en daarmee een erkenning krijgen als expert-organisatie die adviserende diensten kan verlenen in het internationale kader van de Conventie. Wellicht de meest welomschreven rol voor geaccrediteerde NGO’s ligt in een mogelijk lidmaatschap in de Evaluation Body die de aanvraagdossiers voor de Conventie adviseert voor het intergouvernementeel comité.

Parallel met het wereldwijde succes van de Conventie, zien we ook een indrukwekkende dynamiek in de NGO-wereld rond de Conventie. Vele tientallen NGO’s dienden zich van bij de start van de Conventie aan voor accreditatie en groeiden intussen uit tot een wijdvertakt netwerk van civil society organisaties die als bruggenbouwers tussen gemeenschappen op het terrein en (inter)nationale overheden mee de schouders zetten onder de werking rond de Conventie en het borgen van immaterieel erfgoed wereldwijd.