Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Opvolging subsidieaanvraag

De minister beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie. Een subsidievraag kan enkel geweigerd worden wanneer de ingediende aanvraag onontvankelijk is of bij ontoereikendheid van de op de begroting ingeschreven kredieten. 

Bij de prioriteitsbepaling wordt absolute voorrang gegeven aan dringende conservatiemaatregelen die nodig zijn voor de instandhouding van het object, vervolgens aan de verderzetting van reeds aangevatte en voor een eerdere fase gesubsidieerde werken. Als laatste criterium wordt rekening gehouden met de chronologie van de indiening van de subsidieaanvragen. 

Bij aanvang van de werken wordt een voorschot van 70% van het toegekende bedrag uitbetaald. Het saldo wordt uitbetaald na beëindiging van de werken en na controle van het verantwoordingsdossier.

 

Het subsidiebedrag

Naargelang de situatie bedraagt de tussenkomst 50%, 70% of 80% van de subsidiabele kosten, afhankelijk van:

  • de mate waarin het beschermd voorwerp toegankelijk is voor het publiek
  • het juridisch statuut van de eigenaar
  • de fysieke toestand van het beschermd voorwerp

 

 

Situatie beschermd voorwerp Subsidiepercentage
Niet voor het publiek toegankelijke beschermde voorwerpen 50%
Het beschermde voorwerp is publiek toegankelijk gemaakt via een overeenkomst tussen de subsidieaanvrager en de minister 70%
Het beschermde voorwerp is eigendom van een rechtspersoon zonder commercieel karakter die als taak heeft het voorwerp in goede staat te bewaren én het voorwerp is publiek toegankelijk gemaakt via een overeenkomst tussen de subsidieaanvrager en de minister 80%
Het beschermd voorwerp dreigt, omwille van zijn slechte fysieke toestand en omstandigheden waarin het zich bevindt, onherroepelijk verloren te gaan 80%

 

Het subsidiebedrag wordt per ministerieel besluit toegekend en wordt bepaald op basis van de geraamde kosten van de conservatie- of restauratiewerkzaamheden. Het gaat daarbij steeds om een maximumbedrag. 


Het bedrag dat uiteindelijk wordt uitbetaald, kan lager liggen dan dit maximumbedrag, bijvoorbeeld wanneer de reële kosten lager blijken te liggen dan de initiële raming of wanneer de uit te betalen subsidie (x % van de totale ingebrachte kosten) hoger zou worden dan het verschil tussen andere bijdragen (zoals verzekeringen, subsidies van andere overheden) en de reële kosten.

 

Cumulatie van subsidies

De resterende kosten van de conservatie- of restauratiewerken die niet binnen het kader van het topstukkenbesluit gesubsidieerd worden, mogen niet gefinancierd worden met middelen die afkomstig zijn van de staat, de gemeenschappen of de gewesten.

Als dit wel gebeurt, wordt het bedrag van deze financieringsmiddelen afgetrokken van de subsidie toegekend binnen het kader van het topstukkendecreet.